Nieuw voedselsysteem
Een bijna filosofische vraag: wat zegt de bodem over wie jij bent?
In een reeks blogs neem ik je mee in het meerdaagse programma “Voedsel anders doen”, dat draait om het huidige en toekomstige voedselsysteem. Als kok, consument, ondernemer én moeder ben ik dagelijks bezig met voedsel. Dat probeer ik met een bepaalde mate van bewustzijn te doen. Omdat dit een complex vraagstuk is, werd het tijd voor verdieping.
Bij de Groene Afslag volg ik momenteel een vijfdaags programma over “Voedsel anders doen”. Maandag 16 maart was de aftrap; we doken de bodem in en bogen ons over het vraagstuk van ons voedselsysteem.
Hoewel ik dagelijks met eten bezig ben, merkte ik tijdens de eerste cursusdag dat mijn diepgaande kennis op dit vlak nog beperkt is. Met deze blogs bundel ik de informatie voor mezelf, en hopelijk hebben jullie er ook iets aan. Mijn plan is om twee blogs per week te schrijven: één over het ochtendprogramma en één over het middagprogramma. Er zullen bij jullie vast vragen opkomen, net als bij mij. Hoe mooi zou het zijn als we deze vragen de komende tijd kunnen beantwoorden en samen kunnen nadenken over een nieuw voedselsysteem dat ons allen past?
Deel 1: De bodem. Bepaalt terroir waar jij je thuis voelt?
De term ’terroir’ associeer ik in eerste instantie met wijn en kaas: een karakteristieke smaak die niet alleen verbonden is aan een druif of kaassoort, maar vooral iets vertelt over de bodem. Hiermee trapten we de eerste sessie van het meerdaagse programma “Voedsel anders doen” af.
Met een jampotje aarde van onze geboortegrond of huidige leefomgeving bespraken we onze herkomst. Heb jij je bij een eerste kennismaking ooit afgevraagd of iemand van klei- of zandgrond komt? Ik in ieder geval niet. In eerste instantie denk je toch dat je herkomst vooral wordt gevormd door je opvoeding, opleiding peergroep of sociale klasse?
De korrel bepaalt de naam
Zand: uiteengevallen steen; het voelt warm aan en houdt minder voedingsstoffen vast. Mensen die hier zijn opgegroeid, blijken vaak reislustig te zijn, verhuizen vaker en hebben meerdere vriendschappen.
Klei: hoekig en vruchtbaar omdat het voedingsstoffen goed vasthoudt; het houdt vocht vast en voelt koud aan. Mensen van de kleigrond zijn vaak beter geworteld.
Nu denk je in eerste instantie misschien dat dit slechts een leuk weetje is, maar voor een boer is de bodem de allerbelangrijkste basis om een boerenbedrijf te runnen.
Waar we generaties terug nog volledig lokaal aten, waren we ook echt verbonden met onze leefomgeving: melk van de plaatselijke melkboer (waar ook de kaas vandaan kwam) en graan van de molen in de buurt.
Type landbouw
Tijdens het ochtendprogramma doken we de boeken in om te onderzoeken welke typen landbouw er in onze leefomgeving te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de Betuwe voor de fruitteelt of de veeteelt in het westen van Utrecht. Ik ontdekte bovendien dat er in de omgeving van Utrecht veel ‘woeste gronden’ zijn; dit betekent dat deze gronden oorspronkelijk onbewoonbaar waren. Wist je dat ‘heidenen’ mensen waren die op de hei woonden en daarmee feitelijk verstoten waren van bewoonbaar grondgebied?
En waarom zijn er eigenlijk zoveel loofbossen? Omdat vroeger al het veen was opgestookt moest er een nieuwe energiebron komen. Zo is Staatsbosbeheer in het leven geroepen: om bomen aan te planten die vervolgens als brandhout konden worden gebruikt.
Dit stukje bodemonderzoek bleek cruciaal om letterlijk een “bodem” aan kennis te leggen voor deel twee van onze eerste cursusdag. Ons hele voedselsysteem begint immers bij de bodem. Daarnaast hangt het nauw samen met grond-en landbezit, wat ons bij het volgende complexe vraagstuk brengt: hoe een kleine groep beslissers ervoor zorgt dat maar liefst 80% van het aanbod in de supermarkt uit ‘rommel’ bestaat. Daarover later deze week meer!
Meer informatie over het programma “Voedsel anders doen”:


